Zara's Geheime Weblog - Aflevering 22
+ + +
Vrijdag 9 oktober

Ik ben mezelf niet meer. Op een goede manier. Vandaag heb ik het langste gesprek van m'n leven gevoerd. En het is aan tussen Stefan en mij.

Dat langste gesprek was namelijk een gesprek tussen ons tweeën. Het ging zo.

De afgelopen dagen had ik niets anders gedaan dan om geld bedelen. Bij familie, op school en bij buren: ik ben vrijwilliger bij een goed doel dat heel hard geld nodig heeft.

Vandaag, vrijdagmiddag na school, vroeg ik het Stefan ook. Ik had al de hele week uitgesteld hem te benaderen. We hebben natuurlijk wel in de pauze gepraat, heel veel zelfs. Ik had onthouden wat professor Rimsky me had aangeraden: veel bij hem in de buurt blijven. Maar in zijn buurt waren ook telkens anderen.

En nu… terwijl iedereen het weekend in fietste stonden wij tussen de bomen op het schoolplein. Ze zijn geel en oranje van de herfst.

'Wat doet die club precies?' vraagt hij terwijl hij met zijn schoen in een hoop bladeren schopt.

'Dieren redden,' vertel ik. 'Beesten die door de politie worden ontdekt. Mensen hebben ze stiekem in huis – maar het zijn helemaal geen huisdieren. Het gaat om aapjes, pandaberen, flamingo's. Stiekem hierheen gesmokkeld en hartstikke verboden. Je kan het zo gek niet bedenken of mensen hebben het wel in huis.'

'En dan?'

'De politie maakt die dieren af. Tenzij er mensen bereid zijn ze te laten transporteren naar het natuurgebied waar ze vandaan kwamen. Maar dat kost veel geld, en dat hebben we niet.'

Stefan lacht en kijkt voor zich uit. 'Oké,' zegt hij.

Stilte.

Ik zeg niks. 'Heel goed,' zegt Stefan. Weer stilte. 'Ik heb geen geld bij me. Maar thuis heb ik nog vijf tientjes. Loop je mee?'

Drie uur later zat ik nog steeds naast hem op de bank. Zijn moeder was tot laat in de avond naar haar zus. Ik had mijn moeder gebeld dat ik niet thuis zou eten. We hadden dus alle tijd… om te koken, en om te praten.

We hebben het over honderdduizend dingen gehad. Over mensen die zo naïef zijn dat ze een klein pandabeertje opvoeden en na een jaar met een gigantisch beest in huis zitten. Over de politiek in ons land. Over familie. Over sport. Over boeken, films, over muziek.

'Dit moet je horen,' zei hij. Hij rommelde in een kast en zette de muziekinstallatie aan. 'Dit vind ik goed.' Het liedje begon – piano met een vrouwenstem – en hij kwam weer naast me op de bank. Dit keer veel dichterbij. Hij rook lekker. Samen luisterden we. Het was mooi.

Ik durfde nauwelijks naar hem te kijken, met z'n capuchontrui en zijn grijze ogen. Ik dacht nog maar één woord: mooi.

Toen de muziek ophield zeiden we voor het eerst in een paar uur niets. Na een minuut of twee vroeg ik hem: 'Wat is eigenlijk het aller-, aller-, allermooiste dat jij in je hele leven hebt gezien?'

Als je mensen zo iets vraagt, hebben ze geen antwoord. Ze lachen je uit omdat ze het een absurde vraag vinden. Stefan niet. Hij keek me bloedserieus aan en zei: 'Gisteren had ik geantwoord dat het een zonsopkomst was die ik heb gezien in de bergen, bij mijn oom en tante thuis. Maar vandaag… of nee, laat maar. Dat is het.'

In m'n borstkas voelde ik een grote spanning. 'Wat?' lachte ik. 'Wat is het vandaag?'

'Jij die op de bank naar een liedje luistert,' fluisterde hij.

Ja. Dat heeft hij echt gezegd. Ik weet het, als ik het zo typ staat het megaslijmerig. Maar zo was het niet. Hij zei het ernstig. Je wilt niet weten wat er met je gebeurt als de jongen die je al een jaar leuk vindt dat tegen je zegt. De spanning in m'n borstkas werd eerst een grote, weeë, warme plek, alsof er een kruik in leegliep, en toen een energiestoot, een atoombom.

En wat zeg ik? Verklaar ik hem de liefde? Vertel ik hem dat ik nog nooit zo'n slimme en knappe jongen als hij heb ontmoet, dat ik nachten van hem heb gedroomd, dat ik weet hoe je zijn naam in het chinees schrijft?

Nee. Ik zeg: 'Nou, dan moeten we maar gauw nog een liedje afspelen.'

Gelukkig was hij niet beledigd. Hij zette een ander muziekje op, hij kwam nog dichterbij zitten, sloeg zijn arm om mijn schouder… de rest mag je raden, da's privé.

Morgen ga ik hem aanmoedigen tijdens zijn atletiekwedstrijd.

Heb jij een vriend of vriendinnetje? Zo ja, hoe is dat aangegaan?