Zara's Geheime Weblog - Aflevering 24
+ + +
Zondag 8 november

De afgelopen maand was de leukste uit mijn hele leven. Terwijl het weer buiten steeds slechter werd, werden mijn buien steeds beter. Stefan en ik hebben van alles gedaan: bij elkaar op bezoek, naar de film, naar het zwembad…

Ondertussen ligt het boek van professor Rimsky nog steeds op m'n bureau. Ik moet het teruggeven, maar ik heb hem niet meer gezien. In het parkje zitten we niet meer (tenminste, ik niet… en ik neem aan dat hij net als ik geen liefhebber is van boeken lezen in striemende koude herfstregen). Dus ik heb net op Internet gezocht naar een telefoonnummer of een e-mailadres. Dit is wat ik heb gevonden:

  • Carel Rimsky was enig kind. Zijn ouders waren musici. Hij deed op zijn zeventiende eindexamen. Ging tegelijk biologie en medicijnen studeren. Op zijn 21ste kreeg hij zijn diploma als bioloog, op zijn 24ste als arts, cum laude. Twee jaar later werd hij benoemd tot professor in de medicijnen, hij was toen de jongste hoogleraar van het land.
  • Op zijn vijfentwintigste trouwde hij met Sylvia, een talentvol schilderes. In het museum van onze stad hangen meerdere schilderijen van haar. Ze hadden geen eigen kinderen, maar adopteerden er vier, allen geestelijk gehandicapt.
  • De wetenschappelijke loopbaan van Rimsky verliep succesvol. Het hoogtepunt ervan was zijn serie experimenten met het klonen van dieren. Hij bedacht een techniek waarmee je zoogdieren – en dus ook mensen – tegelijkertijd met hun kloon kan laten opgroeien. (Met hun dubbelganger, dus.)
  • Enkele jaren later kwam hij in conflict met de universiteit. Rimsky vond dat zijn techniek niet commercieel toegepast moest worden. Op zijn 55ste ging hij met vervroegd pensioen.
  • Rimsky werd secretaris van de Raad voor de Dierenbescherming en voorzitter van een stichting voor hulp aan gehandicapte kinderen. Vijf jaar later overleed zijn vrouw. Rimsky gaf toen zijn bestuursfuncties op en sinds die tijd laat hij weinig van zich horen.
  • Een van zijn oud-studenten zegt over hem: "Zijn colleges waren kristalhelder. Als hij moeilijke lesstof uitlegde, begrepen we alles. Hij was de intelligentste, liefste, meest geduldige mens die ik ken. Nooit verhief hij zijn stem, nooit zei hij iets neerbuigends. Hij is nog steeds mijn grote voorbeeld.'

Maar nérgens een telefoonnummer of een e-mailadres… ik zal binnenkort gewoon bij hem langs moeten gaan, denk ik. Dat vind ik trouwens geen straf. Integendeel, zelfs.

Ga jij wel eens onaangekondigd bij iemand langs?