Zaterdag 30 januari
Stel, een vriend van je is het telkens oneens met je. Kun je dan nog wel goede vrienden zijn?
Gisteravond was ik op een feestje bij Wolf thuis, een jongen van m’n school. Hij had veel mensen
uitgenodigd. Een groepje zat tegen elkaar te gamen, een paar mensen waren een drankspelletje aan
het doen , maar daar had ik niet zo’n zin in. Al gauw zat ik in een groepje te praten over van alles en
nog wat.
We hadden het over liegen. We waren het er allemaal over eens dat je in sommige gevallen mag
liegen. In de oorlog, als er iemand bij je onderduikt bijvoorbeeld. Of in een andere situatie waarin je
iemand niet wil verraden.
‘Mijn vader is advocaat,’ zei Mo. ‘Advocaten mogen niet liegen. M’n vader liegt dus ook nooit. Maar
soms verzwijgt hij wel dingen.’
‘O ja,’ zei Nadia. ‘Doe ik ook wel eens. Als een vriendin van me hele lelijke nieuwe schoenen heeft,
zeg ik gewoon dat ik ze heel “speciaal” vind. Dat is dan ook waar, maar dan heb ik die persoon toch
niet beledigd.’
‘Nou, dat vind ik ook een soort liegen,’ zei Stefan.
‘Hoezo? Ik zeg toch niet dat ik die schoenen mooi vind?’
Stefan antwoordde: ‘Ja, maar een echte vrienden zeggen elkaar de volledige waarheid. Want van
een echte vriend kun je het hebben als hij je schoenen niet mooi vindt.’
Ik dacht na over wat Nadia zei. Ze is m’n beste vriendin. Maar zij zou het me dus niet vertellen als ze
vindt dat ik er niet uit zie. Opeens voelde die vriendschap tussen ons minder echt.
Later stond ik met Stefan even op het balkon. We leunden over de balustrade en keken uit over een
stel achtertuinen. Het was stervenskoud, maar de sterrenhemel boven ons was prachtig.
‘Ik was het met jou eens,’ zei ik. ‘Ik wil geen dingen voor jou verzwijgen.’
Hij draaide zich om en trok me naar zich toe. Hij streek wat haar uit m’n gezicht, glimlachte. ‘Laten
wij nooit geheimen voor elkaar hebben,’ zei hij.
‘Beloofd,’ antwoordde ik.
‘Beloofd,’ zei hij.
Heb jij wel eens een groot geheim voor een vriend gehad?